HET CONCEPT VAN NATUURLIJK LEREN

 

Het concept achter Natuurlijk Leren

 

Alex van Emst noemt de overstap van klassikaal onderwijs naar Natuurlijk leren in zijn boek ‘Koop een auto op de sloop’ een paradigmashift. De principes achter het traditionele onderwijs duidt hij aan als paradigma A en de gedachten achter Natuurlijk leren als paradigma B. Een paradigma is een geheel van opvattingen die ten grondslag liggen aan een bepaald concept. De tekortkomingen van de meeste vernieuwingen zijn erin gelegen dat ze het onderwijsleerproces op onderdelen veranderen, maar binnen het bestaande paradigma.

 
 

Dat de overstap naar Natuurlijk leren een consequente breuk betekent met de huidige uitgangspunten van het onderwijs blijkt als we de verschillen naast elkaar zetten. Het huidige onderwijs (paradigma A) Natuurlijk leren (paradigma B) Kennisoverdracht Kennisconstructie Onderwijzen Leren Van deel naar geheel Van geheel naar deel Gericht op leren en luisteren Gericht op ervaring opdoen en uitleggen Samen doen is afkijken Samen leer je meer dan alleen Het gaat om wat je (niet) weet Het gaat om wat je (nog niet) kan Vakinhoud staat centraal.

 
 

Brede ontwikkeling staat centraal Leren voor later Leren voor nu Objectief beoordelen Intersubjectief beoordelen Hierna geven we een overzicht van de zeven principes van natuurlijk leren. Daarbij volgen we Hanna de Koning in haar artikel ’Natuurlijk leren: concept voor competentiegericht leren én veranderen’ (november 2004).

 
 

Leerlingen zijn eigenaar van hun leerproces Cornelis (2000) beschrijft de vervreemding die is ontstaan door de kloof tussen het sociale regelsysteem en het natuurlijke systeem, iets wat we in het onderwijs kunnen herkennen als we kijken naar het toenemend aantal kinderen dat niet in het gemiddelde keurslijf van ons onderwijssysteem past. Hier botsen de twee systemen: standaardisering gaat niet samen met individuele behoeften. De oplossing ligt volgens Cornelis in het concept van communicatieve zelfsturing. Op een school met natuurlijk leren kiezen de kinderen prestaties omdat ze die zelf als betekenisvol ervaren. Ze formuleren hun eigen leervragen en kiezen voor workshops of trainingen. We leren het meest in de context waarin we het nodig hebben.

 
 

Er is veel onderzoek gedaan naar de transfer van kennis en vaardigheden bijvoorbeeld door Simons (Bolhuis en Simons, 1999): hoe groot is het leerrendement als je iets leert in een andere context dan de situatie waar je de kennis nodig hebt? Hij komt tot het schrikbarende cijfer van 10 tot 20 procent. Daarentegen onthouden we 70 tot 80 procent van de kennis die we op dat moment direct kunnen gebruiken in een situatie die voor ons betekenisvol is. Bij natuurlijk leren leren kinderen en leraren van, door en in betekenisvolle situaties.

 
 

Wanneer een kind niet verder kan met een prestatie, kan de leerkracht het proces weer op gang brengen. Meestal gebeurt dat door het stellen van vragen. Wat heb je gedaan? Waar ging het precies mis? Kun je nog andere manieren bedenken om dit te doen? Soms zal de leerkracht iets voordoen. Voor het aanleren van specifieke vaardigheden kan het kiezen voor workshops en clubs. In alle gevallen liggen leren en gebruiken heel dicht bij elkaar.

 
 

Verandering van setting leidt tot verandering van gedrag Wie in z’n eentje naar het buitenland gaat moet daar de taal wel leren. In zo’n geval is het leren onontkoombaar. Als docenten samen in één ruimte met kinderen werken moeten ze zich tot elkaar verhouden. Ze kunnen niet meer de deur van hun lokaal achter zich dichttrekken. Er ontstaat een noodzaak om elkaar feedback te geven, elkaars kwaliteiten te benutten, samen problemen die zich voordoen op te lossen: leren van en met elkaar. Als kinderen zelf bewijzen moeten aandragen voor hun portfolio moeten ze wel stilstaan bij wat ze gedaan en geleerd hebben en wat er nog te leren valt.

 
 

Als kinderen zelf gekozen hebben voor een prestatie zijn ze gemotiveerder om de tegenslagen die ze tegenkomen bij de uitvoering te overwinnen. Bij natuurlijk leren proberen we steeds een setting te maken die leidt tot verandering van gedrag van kinderen en docenten.Mensen leren van geheel naar deel Traditioneel is het onderwijs in vakken gesplitst en is de inhoud van de vakken opgesplitst in kleine stukjes leerstof. Didactisch gezien is het aanbieden van deze leerstof vooral een cognitieve aangelegenheid. Kinderen maken zich een veelheid aan brokjes theoretische kennis eigen, zonder het onderlinge verband te zien of het nut voor de praktijk waarin ze deze kennis kunnen gebruiken. Leerkrachten hopen vervolgens dat die kennis later in de hoofden tot zinvolle gehelen wordt samengevoegd. Alsof leerlingen later de betekenis van het geleerde zullen ontdekken.

 
 

Uit onderzoek naar de werking van onze hersenen (Sousa, 2000) blijkt ook dat mensen in gehelen denken: omdat je een bepaalde klus (betekenisvol geheel) wilt klaren, ga je gericht op zoek naar wat je daarvoor nodig hebt (delen). Sousa laat ook zien dat we het meeste leren door interactie, door elkaar uit te leggen wat we weten. Zo wordt onbewuste kennis bewust. In het leren staat de brede ontwikkeling centraal.

 
 

De vraag is wat een leerling klaar maakt om naar het voortgezet onderwijs te gaan. Nu wordt dat gemeten aan de hoeveelheid cognitieve kennis die een kind zich heeft weten eigen te maken. Maar onder invloed van technologische ontwikkelingen en mondialisering van informatie wordt de levenscyclus van kennis steeds korter (Weggeman, 2000). Kennis is steeds sneller achterhaald.

 
 

Bij natuurlijk leren komen kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten steeds geďntegreerd aan bod Leren is een proces van (inter)actieve kennisconstructie Leren is niet het consumeren van kennis. Ieder individu is constant bezig betekenis te geven aan de wereld om hem heen. Daarmee construeert ieder mens op een actieve manier zijn eigen kennis. Dit veronderstelt een rijke leeromgeving en de mogelijkheid om in interactie met anderen te leren.

 
 

Bij natuurlijk leren is er daarom een rijke leeromgeving met veel ruimte voor interactie en reflectie, want door te reflecteren wordt het kind zich bewust welke betekenis het geleerde voor hem heeft. Leren begint met kiezen, bij de innerlijke drive Bij natuurlijk leren hebben kinderen een grote mate van vrijheid om te kiezen wat ze gaan doen. Kiezen en zelfsturing vormen de kern van natuurlijk leren. Pas als leerlingen zelf mogen kiezen, nemen ze ook de verantwoording. Het vermogen om te kunnen kiezen, om zelf sturing te geven aan je eigen ontwikkeling is essentieel in onze huidige samenleving. Dat geldt niet alleen voor kinderen, maar ook voor leerkrachten en schoolleiders.

 
 

Leren is een wilsbesluit. Door een confrontatie met een nieuwe, zelfgekozen praktijksituatie wordt duidelijk wat je kunt en wat je nog moet leren. Je spreekt met jezelf af dat je het wilt leren en je gaat op zoek, vol vertrouwen in je eigen kunnen en met moed en doorzettingsvermogen om ontbrekende kennis en vaardigheden aan te vullen. Je moet het dus willen. En om te blijven willen, ook als het moeilijk wordt, heb je een begeleider nodig die het beste in jou naar boven wil halen.

 



naar begin van pagina